Kinderalimentatie berekenen: de rekenregels uitgelegd


Hoe de bijdrage in de kosten van je kinderen wordt vastgesteld

Kinderalimentatie is de financiële bijdrage die een ouder betaalt in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, wanneer deze niet (volledig) bij die ouder wonen. Anders dan bij partneralimentatie is dit geen kwestie van vrije onderhandeling: er bestaan landelijke richtlijnen (de zogeheten Tremanormen) die als uitgangspunt dienen voor de berekening, met een vaste rekenformule voor de draagkracht van beide ouders.


Bij mediation maken we deze berekening samen inzichtelijk, zodat beide ouders begrijpen waarop het bedrag is gebaseerd. Dat voorkomt discussie en zorgt voor een regeling die op feiten berust. Verderop in dit artikel werken we een volledig rekenvoorbeeld uit met concrete bedragen, inclusief de officiële draagkrachtformule en de zorgkorting.


In het kort:

  • Kinderalimentatie wordt berekend op basis van de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders
  • De behoefte hangt af van het gezinsinkomen vóór de scheiding en het aantal kinderen
  • Draagkracht wordt berekend met een vaste formule: 70% van het inkomen boven een bepaalde drempel
  • Beide ouders dragen naar rato van hun draagkracht bij aan die behoefte
  • Bij co-ouderschap of een uitgebreide zorgregeling geldt een zorgkorting van 5 tot 35 procent
  • Het bedrag wordt jaarlijks wettelijk geïndexeerd


Stap 1: de behoefte van het kind vaststellen

De eerste stap is het bepalen van de zogeheten behoefte: hoeveel geld was er, gezien het gezinsinkomen vóór de scheiding, redelijkerwijs beschikbaar voor de kinderen? Dit bedrag wordt vastgesteld aan de hand van de landelijke ‘tabel eigen aandeel kosten van kinderen’, die rekening houdt met het netto besteedbaar gezinsinkomen en het aantal kinderen. Sinds 2023 speelt de leeftijd van de kinderen hierbij geen rol meer; voorheen gebeurde dit via een puntensysteem, maar dat is losgelaten. De behoefte verandert dus niet doordat de ouders uit elkaar gaan — het kind heeft in beginsel recht op eenzelfde welvaartsniveau als voor de scheiding.


Stap 2: de draagkracht van beide ouders bepalen

Vervolgens wordt gekeken naar de draagkracht van beide ouders afzonderlijk: wat kan iedere ouder, na aftrek van een vast bedrag aan noodzakelijke lasten, missen voor de kosten van de kinderen. Hiervoor hanteert de rechtspraak een vaste formule: draagkracht = 70% van [het netto besteedbaar inkomen (NBI) min (0,3 keer het NBI plus een jaarlijks vastgesteld vast bedrag)]. Dit vaste bedrag vertegenwoordigt de minimale kosten van levensonderhoud en wordt jaarlijks geïndexeerd. Bij lagere inkomens (tot ongeveer € 2.200 NBI) wordt in plaats van deze formule gewerkt met vaste, in een tabel vastgelegde bedragen, om te voorkomen dat de uitkomst rond de grens te grillig zou verspringen.


Beide draagkrachtbedragen worden bij elkaar opgeteld. Is de totale draagkracht van beide ouders samen hoger dan de behoefte van de kinderen, dan wordt de behoefte naar rato van ieders draagkracht over beide ouders verdeeld. Is de totale draagkracht juist lager dan de behoefte, dan dragen beide ouders hun volledige draagkracht bij, en blijft er voor de kinderen minder over dan hun theoretische behoefte — een nuchtere realiteit die helaas bij sommige gezinnen speelt.


Stap 3: de zorgkorting toepassen

Woont het kind niet volledig bij één ouder, maar is er sprake van een zorgregeling of co-ouderschap, dan wordt op het te betalen bedrag een zorgkorting toegepast. Deze korting weerspiegelt de directe kosten die de betalende ouder al zelf maakt tijdens de dagen dat het kind bij hem of haar verblijft. De zorgkorting wordt berekend als een percentage van de totale behoefte, en loopt op naarmate het kind vaker bij de betalende ouder verblijft: doorgaans 5% bij een beperkte omgangsregeling, oplopend via 15% en 25% tot 35% bij een uitgebreide zorgregeling van ongeveer drie dagen per week.

Rekenvoorbeeld: kinderalimentatie stap voor stap in cijfers


Om de theorie concreet te maken, werken we een volledig voorbeeld uit. Stel: Tom en Lisa gaan scheiden en hebben samen twee kinderen. Tom verdient € 3.400 netto per maand, Lisa € 2.600 netto per maand. De kinderen wonen na de scheiding hoofdzakelijk bij Lisa, en Tom heeft de kinderen twee dagen per week bij zich.


Behoefte van de kinderen

Netto gezinsinkomen: € 3.400 + € 2.600 = € 6.000 per maand. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen komt de behoefte voor twee kinderen bij dit gezinsinkomen uit op, illustratief, € 950 per maand.


Draagkracht van Tom en Lisa

Beide draagkrachten worden berekend met de formule: 70% x [NBI – (0,3 x NBI + vast bedrag)]. We gebruiken hier ter illustratie een vast bedrag van € 1.365 (de actuele hoogte van dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld en is terug te vinden in de officiële draagkrachttabel).


  • Draagkracht Tom: 70% x [€ 3.400 – (0,3 x € 3.400 + € 1.365)] = 70% x [€ 3.400 – € 2.385] = 70% x € 1.015 = € 711 per maand
  • Draagkracht Lisa: 70% x [€ 2.600 – (0,3 x € 2.600 + € 1.365)] = 70% x [€ 2.600 – € 2.145] = 70% x € 455 = € 319 per maand
  • Totale draagkracht: € 711 + € 319 = € 1.030 per maand


Verdeling naar rato van draagkracht

Omdat de totale draagkracht (€ 1.030) hoger is dan de behoefte (€ 950), wordt de behoefte naar rato van ieders aandeel in de totale draagkracht verdeeld:


  • Aandeel Tom: (€ 711 / € 1.030) x € 950 = € 656 per maand
  • Aandeel Lisa: (€ 319 / € 1.030) x € 950 = € 294 per maand


Zorgkorting toepassen en het eindbedrag bepalen

Omdat de kinderen twee dagen per week bij Tom verblijven, geldt voor hem een zorgkorting van 25%. Deze korting wordt berekend over de totale behoefte, niet over zijn aandeel: 25% x € 950 = € 238. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op wat Tom zou moeten betalen: € 656 – € 238 = € 418 per maand. Tom betaalt in dit voorbeeld dus € 418 per maand aan kinderalimentatie aan Lisa.


Waarom dit een vereenvoudigd voorbeeld is

Dit rekenvoorbeeld toont de kernlogica van de berekening, maar is bewust vereenvoudigd. In een echte berekening spelen ook nog mee: het exacte, actuele vaste bedrag in de draagkrachtformule (dat jaarlijks wordt geïndexeerd), eventuele bijzondere lasten zoals hoge zorgkosten of schulden, het kindgebonden budget, en een eventuele minimale draagkracht die altijd geldt ongeacht een laag inkomen. Tijdens mediation maakt de mediator de volledige, nauwkeurige berekening voor jullie specifieke situatie, met de actuele tabellen en alle van toepassing zijnde bijzonderheden.


Kinderalimentatie en kindgebonden budget

Het kindgebonden budget dat een ouder van de Belastingdienst ontvangt, wordt meegenomen in de berekening: het verlaagt namelijk het bedrag dat als behoefte van de kinderen resteert, omdat dit budget al een tegemoetkoming in de kosten van de kinderen vormt. Bij een co-ouderschapsregeling kan het kindgebonden budget bovendien tussen beide ouders worden verdeeld. Dit maakt de exacte berekening iets complexer dan het basisvoorbeeld hierboven, en is precies de reden waarom een berekening op maat, zoals tijdens mediation, waardevoller is dan een algemene vuistregel.


Tot welke leeftijd geldt kinderalimentatie?

Kinderalimentatie geldt in beginsel tot het kind 18 jaar wordt. Blijft het kind na zijn 18e nog studeren en voorziet het niet zelfstandig in het eigen levensonderhoud, dan loopt de onderhoudsverplichting in aangepaste vorm door tot het 21e levensjaar — dit heet dan formeel geen kinderalimentatie meer, maar een voortgezette onderhoudsbijdrage, die overigens rechtstreeks aan het kind zelf kan worden betaald in plaats van aan de andere ouder.


Waarom een rekentool alleen niet voldoende is

Online rekentools geven een eerste indicatie, maar houden vaak geen rekening met specifieke posten zoals eigen vermogen, andere onderhoudsverplichtingen, bijzondere kosten van een kind (bijvoorbeeld bij een medische aandoening) of een niet-standaard zorgregeling. Tijdens mediation wordt de berekening op maat gemaakt en gezamenlijk doorgenomen, zodat beide ouders het bedrag ook echt begrijpen en onderschrijven.


Vrijblijvend kennismaken met Mediation Rivierenland

Benieuwd wat Mediation Rivierenland voor jullie kan betekenen? Op de pagina Mediation Rivierenland – kort en bondig lees je in het kort wie we zijn, wat mediation kost en hoe je vrijblijvend kennis kunt maken. Bellen kan ook direct: 06-57206964, of mail naar info@mediationrivierenland.nl.


Veelgestelde vragen


  • Verandert kinderalimentatie als het inkomen van een ouder stijgt of daalt?

    Ja, bij een aanmerkelijke wijziging van inkomen kan de berekening worden herzien en het bedrag worden aangepast.

  • Wordt kinderalimentatie automatisch geïndexeerd?

    Ja, het bedrag wordt jaarlijks per 1 januari wettelijk verhoogd volgens de vastgestelde indexering, tenzij hierover andere afspraken zijn gemaakt.

  • Wat als de andere ouder niet betaalt?

    Bij het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsgelden (LBIO) kun je hulp krijgen bij het innen van achterstallige kinderalimentatie.

  • Kunnen we onderling een ander bedrag afspreken dan de berekening aangeeft?

    Ja, mits beide ouders dit weloverwogen en vrijwillig doen, en het bedrag redelijk blijft ten opzichte van de behoefte van het kind.

  • Is kinderalimentatie fiscaal aftrekbaar?

    Nee, anders dan partneralimentatie is kinderalimentatie voor de betaler niet aftrekbaar en voor de ontvanger niet belast; het valt volledig buiten de inkomstenbelasting.

  • Bestaat er een minimale kinderalimentatie, ook bij een laag inkomen?

    Ja, ook bij een laag inkomen wordt doorgaans een minimale bijdrage verondersteld, tenzij overtuigend wordt aangetoond dat er werkelijk geen enkele draagkracht is.